Mobiliteitshulpmiddelen

Vanaf 1 januari 2019 worden mobileitshulpmiddelen een onderdeel van de Vlaamse sociale bescherming. 

Wie door chronische ziekte, ouderdom of een beperking een hulpmiddel nodig heeft om zich te verplaatsen, zal via de Vlaamse sociale bescherming een "mobiliteitshulpmiddel" kunen kopen of huren. Een rolstoel, elektrische scooter, duwwandelwagen, driewielfiets ...

  1. Je gaat naar je huisarts of een gespecialiseerd team. Zij onderzoeken je gezondheidsprobleem en geven je een medisch voorschift met een advies voor een mobiliteitshulpmiddel. 
  2. Met dat voorschift ga je naar een verstrekker (ook wel "bandagist" genoemd), die je een hulpmiddel voorstelt en aanvraagt dat bij jou past, eventueel met specifieke aanpassingen.
  3. De factuur voor dat hulpmiddel gaat niet naar jou, maar naar je zorgkas. Ze wordt betaald door de Vlaamse sociale bescherming. Soms moet je wel nog supplementen betalen. 

Het gaat om hulpmiddelen die iemand heel zijn leven (of toch lange tijd) nodig heeft. Het zijn dus geen krukken of rolstoelen die je tijdelijk uitleent na een kwetsuur, bijvoorbeeld een beenbreuk.  

Van RIZIV en VAPH naar Vlaamse sociale bescherming

Vanaf 1/1/2019 zijn tussenkomsten voor mobiliteitshulpmiddelen een onderdeel van de Vlaamse sociale bescherming.

  • Tot dan zijn die tussenkosten voor het grootste deel een onderdeel van de federale sociale zekerheiden worden ze betaald door het RIZIV, via de ziekenfondsen.
  • Bij Vlaams agentschap voor personen met een handicap kunnen mensen met een erkende handicap aanvullende tegemoetkomingen aanvragen voor hun mobiliteitshulpmiddel. Ook die tegemoetkomingen worden een onderdeel van de Vlaamse sociale bescherming.

Meer mogelijkheden

Wat verandert wanneer  de mobiliteitshulpmiddelen een onderdeel worden van de Vlaamse sociale bescherming?

  • Aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming: aansluiting bij de Vlaamse sociale bescherming (en het betalen van de zorgpremie) wordt nu een voorwaarde om een tussenkomst voor mobiliteitshulpmiddelen te krijgen. Aansluiting is sowieso verplicht in het Vlaams gewest.  
  • Aanvraag via altijd een gemandateerd verstrekker en je zorgkas: een tussenkomst voor een mobiliteitshulpmiddel aanvragen, zal je doen via een door de Vlaamse overheid gemandateerde verstrekker en je zorgkas. Nier meer bij je ziekenfonds of het VAPH. Je hebt nog steeds een voorschrift nodig van je arts. In sommige gevallen heb je een rapport nodig van een "rolstoel advies team". 
  • Onderhoud en herstel via derdebetalersregeling en bij een gemandateerd verstrekker: herstellingen en onderhoud van je mobiliteitshulpmiddel zal je moeten laten doen bij een gemandateerd verstrekker. De factuur hoef je niet meer zelf voor te schieten. Zolang je er een een budget of "teller" voor hebt, factureert je verstrekker rechtsreeks aan je zorgkas.
  • Leeftijdsonafhankelijk aanbod: leeftijd zal geen voorwaarde meer zijn om een tussenkomst voor een mobiliteitshulpmiddel te kunnen krijgen. Leeftijd bepaalt enkel nog mee welk type hulpmiddel bij je past en hoe snel je dat mag vervangen. 
  • Meer huurmogelijkheden: Vanaf de leeftijd van 85 jaar of in het woonzorgcentrum worden de mobiliteitshulpmiddelen verhuurd in plaats van verkocht. Wie net (binnen de maand) revalidatie gevolgd heeft in een revalidatievoorziening, kan tijdelijk een rolstoel huren. 
  • Meer flexibiliteit bij snel degeneratieve aandoeningen: mensen die lijden aan een snel degeneratieve aandoening, zullen bepaalde hulpmiddelen kunnen huren in plaats van kopen, via een snellere procedure. Zo kan die persoon sneller van hulpmiddel veranderen naarmate zijn ziekte evolueert. 
  • Innovatie en uitzonderingen mogelijk